Plan van minister Schippers bedreigt kleine ziekenhuizen.



Financiële afwegingen zullen op ontoelaatbare wijze de spreekkamer van de arts gaan domineren.


Het akkoord dat minister Schippers heeft gesloten met commerciële zorgverzekeraars en ziekenhuizen, en zónder de patiëntenvereniging, is een regelrechte bedreiging voor kleine ziekenhuizen. Financiële afwegingen zullen op ontoelaatbare wijze de spreekkamer van de arts gaan domineren en uiteindelijk wordt de patiënt speelbal van de verzekeraar, die beslist waar deze behandeld moet worden.

Het is een illusie dat door concurrentie en omzet maximalisatie de zorg beter en goedkoper zal worden. Verdere zorgverzakelijking en zorgverschraling liggen op de loer en de patiënt gaat de rekening betalen van nog meer marktwerking, schaalvergroting en bureaucratie. Ronduit gevaarlijk is het voorstel om dure operaties en medicijnen weg te bezuinigen. Het is te hopen dat de specialisten dit in het belang van de patiënt niet zullen accepteren.

In het akkoord staat dat de verzekeraars scherper onderhandelen over de prijs en kwaliteit met de ziekenhuizen. Ziekenhuizen worden geselecteerd en gedwongen bepaalde behandelingen te schrappen. Ook is het de bedoeling dat dure ingrepen bijvoorbeeld aan het eind van het leven minder snel worden gedaan en dure medicijnen en antidepressiva minder snel worden gegeven en minder vaak vergoed. De vrije prijsvorming en concurrentie tussen ziekenhuizen wordt uitgebreid van 30 procent naar 70 procent van de omzet. Ziekenhuizen moeten winst maken. Het is een illusie om te vragen aan de ziekenhuizen om hun omzet beperkt te laten groeien, terwijl ze winst moeten uitkeren aan investeerders.

Schippers betoogt dat door meer concentratie van behandelingen de kwaliteit wordt verhoogd. En, wie wil er nu geen goede zorg? Maar zeer handig verbloemt zij hiermee dat het te doen is om het saneren van de ziekenhuizen, een plan dat niet vanuit kwaliteit is ingegeven. De afgelopen jaren zijn de kosten door toegenomen concurrentie en bureaucratie bovenmatig gestegen. Nu spreken de concurrenten met elkaar af om de groei te matigen, dat zal leiden tot het weren van verliesgevende behandelingen en dus patiënten. Schrijnend voorbeeld is het afstoten van twee topklinische afdelingen longziekte en immunologie van het Academisch Ziekenhuis Maastricht, terwijl deze tot de top van de wereld behoorden.

Ook de spoedeisende eerste hulpen en intensive cares van de kleinere ziekenhuizen worden bedreigd. Zo wordt in het noorden met spanning afgewacht wat zorgverzekeraar Achmea van plan is met de ziekenhuizen in Dokkum en Heerenveen. En de bestuurder van zorgverzekeraar UVIT, Bontje, vindt dat alle verzekeraars samen de 100 spoedeisende eerste hulpen zouden moeten aanbesteden, zodat er tientallen weg kunnen.

Naast de gevolgen voor de ziekenhuizen is het duidelijk dat de patiënt speelbal wordt voor de zorgverzekeraars. Zij zullen in de toekomst bepalen waar je een behandeling moet ondergaan. Er wordt gesteld dat door concentratie de behandeling beter wordt. Dat geldt echter slechts voor een beperkt aantal heel ingewikkelde operaties zoals bijvoorbeeld bij slokdarmkanker. Voor de meeste behandelingen is concentratie niet noodzakelijk. Bovendien kunnen specialisten via de moderne communicatietechnieken en door samenwerking veel kennis uitwisselen. In weerwil van wat wordt beweerd is de prijs voor zorgverzekeraars doorslaggevend. Hoe goedkoper, hoe beter is het motto.

Bestuurder Leerink van Menzis verwoordde het als volgt: "Als die concentratie niet leidt tot lagere kosten per ingreep, dan vind ik het zonde van de moeite."

Het zal zichtbaar worden dat ziekenhuizen patiënten na een behandeling sneller willen ontslaan uit het hospitaal. Exemplarisch is ook de opmerking van de directeur van een ziekenhuis die Kamerleden vol trots vertelde dat 'de ligduur' van zijn ziekenhuis op 4,5 dagen lag, ruim onder het landelijk gemiddelde van 5,2 in 2010. Of dit ook goed is voor de patiënt is onduidelijk.

Een ander aspect zijn de wachtlijsten. In tegenstelling tot wat wordt beweerd zijn deze in de ziekenhuizen lang niet verdwenen. Recent onderzoek van de SP liet zien dat de afgesproken toegestane wachttijden in de helft van de poliklinieken voor allergologie, revalidatie, reumatologie en maag-darm-ziekten worden overschreden. Academische ziekenhuizen overschrijden bij de helft van alle behandelingen de wachttijdnormen.Om de wachttijden op te lossen is niet concentratie van zorg en minder aanbod de oplossing maar juist meer artsen en meer capaciteit.

Dat de kwaliteit van de zorg goed moet zijn en dat een beheerste groei van de zorgkosten nodig is, daarover zijn we het eens met Schippers. Maar ziekenhuizen enerzijds aanzetten tot concurrenten met winstoogmerk en ze anderzijds vragen beheerst te groeien is onverenigbaar.

Dat de zorgverzekeraars in stelling worden gebracht om ziekenhuizen te dwingen behandelingen te schrappen, niet uit kwaliteitsover-wegingen maar vanuit kostenperspectief, is het verkeerde recept. De vrije markt gaat niet leiden tot beheerste groei, omdat de drang naar winst maken en omzetdraaien prevaleren boven kostenbesparing. Ook zullen deze mechanismen de artsen dwingen om bezig te zijn met commerciële belangen, terwijl het moet gaan om de inzet om de patiënt beter te maken.

Renske Leijten en Henk van Gerven zijn Kamerlid voor de SP. Zij zijn woordvoerders zorg. Van Gerven was ook huisarts in Oss.



Met dank aan Het Brabantsdagblad.